230 vertrekkers bij FrieslandCampina: is een coöperatie nog wel van deze tijd?

In de periode tussen juli 2018 en juli 2019 hebben 230 melkveehouders FrieslandCampina de rug toegekeerd om elders hun melk af te zetten. Dit blijkt uit cijfers van stichting Dutch Milk Foundation (DMF). In dezelfde periode in het jaar ervoor kozen slechts 47 melkveehouders voor een andere afnemer.

De niet-coöperatieve kaasmaker Royal A-ware lijkt het merendeel van de melkveebedrijven te hebben ingelijfd als leverancier al doet het bedrijf geen uitspraken over de precieze aantallen. Feit is dat de organisatie in de betreffende periode een wervingsactie op touw heeft gezet om nieuwe leveranciers binnen te halen.

Einde van de coöperatie?

Het is opvallend dat melkveehouders die vaak al meerdere generaties zijn aangesloten bij een coöperatie, nu kiezen voor een particuliere onderneming. De vraag rijst: Heeft de coöperatie als ondernemingsvorm zijn beste tijd heeft gehad?

Haaks op trend

Dat boeren hun coöperatie inruilen voor een particuliere onderneming staat haaks op de trend van groei binnen het coöperatief landschap. Harmen Binnema, universitair docent Bestuur en Beleid aan Universiteit Utrecht, doet onderzoek naar lokaal en regionaal bestuur en dan in het bijzonder naar bewonersparticipatie. Dat steeds meer mensen zich organiseren binnen een coöperatie past volgens hem binnen de tijd waarin we nu leven. ‘’Participatiesamenleving is het toverwoord. De overheid trekt zich terug of faalt op bepaalde gebieden. Maatschappelijke taken gaan terug naar de samenleving en de burger neemt het heft in eigen hand.’’

‘’Maatschappelijke taken gaan terug naar de samenleving en de burger neemt het heft in eigen hand’’

Drie golven van burgerparticipatie

Het begrip participatiesamenleving mag dan pas zijn intrede hebben gedaan in de troonrede van Koning Willem Alexander in 2013, mensen verenigen zich al eeuwen in burgercollectieven. In het online magazine P+ onderscheid Tine de Moor, hoogleraar Instituties voor collectieve actie in historisch perspectief,  drie golven van burgercollectieven in de wereldgeschiedenis. 

De eerste golf ontstond  in de Middeleeuwen tussen het jaar 1000 en het jaar 1600. Er ontstonden gildes, waterschappen en boerencollectieven die het gemeenschappelijk gebruik van grond met elkaar regelden. De verschillende samenwerkingen resulteerde in een sterkere onderhandelingspositie tegenover machtige autoriteiten.

De tweede golf kwam op rond 1880 en hield aan tot 1920. Als reactie op de industrialisatie gingen  arbeiders zich verenigen in vakbonden. De boeren waren ook weer van de partij. Op initiatief van de Duitser Friedrich Wilhelm Raiffeissen werd er een coöperatieve bank opgericht die eigendom was van de boeren. Van een bank waar de leden konden sparen en geld aan elkaar konden uitlenen is deze boerenleenbank uitgegroeid tot de huidige Rabobank.

Vanaf 2005 is er weer een nieuwe golf van burgercollectieven waar te nemen. Als antwoord op de privatisering van energiebedrijven en andere staatsbedrijven zoals de PTT en tegelijkertijd de afbouw van de verzorgingsstaat, worden er coöperaties opgericht die de gaten moeten dichten op plekken waar de overheid faalt. Er zijn nu tal van coöperaties op het gebied van zorg, energie, schoonmaakbedrijven, melkveehouderij en landbouw.

Benieuwd naar welke rol burgercollectieven kunnen spelen bij het oplossen van hedendaagse problemen? Bekijk hier de uitzending van Tegenlicht waarin hoogleraar Tine de Moor verheldering biedt.

Trend zet door

Coöperaties schieten als paddestoelen uit de grond en die opmars is voorlopig niet te stuiten denkt Arjen van Nuland, directeur van de Nationale Coöperatieve Raad: ‘’Coöperaties pakken het op waar de overheid of de markt het laat liggen. Je ziet echt een kentering in het denken. Mensen hebben genoeg van megafusies en enkel denken in winst en profits. We gaan steeds meer richting een deeleconomie waarin belangrijke zaken zoals zorg en duurzame energie kleinschalig en dichtbij geregeld kunnen worden.’’

De 100 grootste coöperatieve ondernemingen hebben samen een omzet van ruim € 107 miljard. Achmea voert de Top 100 aan met de hoogste omzet (€ 19,5 miljard) en het grootste aantal leden (10 miljoen). Rabobank is de nummer twee in omzet, FrieslandCampina staat op drie. In totaal staan er bij de Kamer van Koophandel ongeveer 8.000 coöperaties ingeschreven. Samen hebben al deze ondernemingen meer dan 30 miljoen lidmaatschappen. Grofweg twee per inwoner van Nederland. Bij elkaar opgeteld zijn al die coöperatieve ondernemingen goed voor achttien procent van het Bruto Binnenlands Product.

Redenen om te vertrekken

Het aantal coöperaties mag dan wel groeien. Voor de melkveehouder die levert aan FrieslandCampina spelen er nochtans verschillende motieven om de zuivelgigant te verlaten. Ten eerste speelt de melkprijs een rol. Kan een boer elders meer verdienen dan zou hij een dief van zijn eigen portemonnee zijn als hij dat niet zou doen.

‘’In het geval van FrieslandCampina gaat het echter niet alleen om de melkprijs maar spelen er ook andere motieven mee’’, aan het woord is René van Buitenen, woordvoerder bij de Nederlandse Zuivel Organisatie. Ten tijde van de fusie tussen FrieslandFoods en Campina is de vijfcentregeling in het leven geroepen. Deze regeling zorgt ervoor dat boeren die willen opstappen bij de zuivelgigant 5 euro per 100 kilo melk meekrijgen. Een gemiddelde veehouder levert zo’n 750.000 kilo melk per jaar. De vertrekregeling levert die boer dus 3.750.000 euro op. ‘’Je ziet dat een deel van de boeren die bij FrieslandCampina vertrokken zijn, dat hebben gedaan omdat ze gewoonweg cash nodig hadden. Bijvoorbeeld om fosfaatrechten te kunnen kopen waarmee zij hun onderneming konden uitbreiden.’’ 

Meer weten over hoe fosfaatrechten werken? Dat lees je hier.

Ledenraad anders organiseren

Naast het financiële aspect heeft ook de onrust binnen de organisatie een rol gespeeld in het vertrek van melkveehouders. ‘’Het probleem bij een groot bedrijf zoals FrieslandCampina is dat boeren niet het gevoel hebben onderdeel te zijn van een coöperatie. Er ontbreekt werkelijke democratische besluitvorming en dat houdt verband met hoe de ledenraad is georganiseerd’’, legt hoogleraar Gert van Dijk uit. Om de besluitvorming binnen een coöperatie meer democratisch te laten verlopen noemt van Dijk een aantal voorwaarden: ‘’Ten eerste moet de ledenraad representatief zijn voor de achterban. Denk aan leeftijd, geslacht en regio. Maar ook opleiding kan van belang zijn maar het is niet zo dat je opgeleid moet worden om lid van de Raad te kunnen zijn. Leden hoeven namelijk geen inzicht te hebben in het belang van het grote bedrijf maar vooral verstand hebben van hun eigen belangen.’’

Reageerder op het forum voor melkveehouders Prikkebord over een fabrieksquotum bij FrieslandCampina

Naast representativiteit noemt van Dijk als voorwaarde voor succes dat leden door middel van loting een plekje in de raad bemachtigen. ‘’Loting verkleint de psychologische afstand van leden tot de raad: iedereen heeft gelijke kansen.’’ De derde voorwaarde is dat leden voor een korte zittingsduur van maximaal drie jaar worden aangenomen. ‘’Dat versterkt de eigenlijke taak: het organiseren van vertrouwen en betrokkenheid bij de achterban.’’ Ten slotte moet de ledenraad onafhankelijk van de directie fungeren. De ledenraad is er namelijk om: ‘’De rauwe werkelijkheid van de boeren aan te horen en daar iets mee te doen.’’

Reageerder op het forum voor melkveehouders Prikkebord over een fabrieksquotum bij FrieslandCampina

Redenen om te blijven

‘’Ondanks de strubbelingen bij FrieslandCampina is de coöperatie voor zuivelboeren vooralsnog de beste ondernemingsvorm’’, aldus Gert van Dijk. Omdat zuivel een bederfelijk product is zullen opportunistische afnemers die een lagere melkprijs verwachten liever even aanzien of de prijs daalt. Dat is voor een boer desastreus want die blijft met zure melk zitten. ‘’Een coöperatie zorgt ervoor dat de boer altijd zijn product kwijt kan voor een afgesproken prijs.’’ 

De overstap van melkveehouders van FrieslandCampina naar Royal A-ware heeft van Dijk dan ook verrast: ‘’FrieslandCampina is nog steeds een leidende onderneming op het gebied van zuivel. Als ik melkveehouder zou zijn had ik wel drie keer nagedacht voordat ik daar weg zou gaan.’’ Overstappen vind van Dijk dan ook niet verstandig: ‘’Particuliere ondernemingen zoals Royal A-ware halen vooral de grote jongens weg. Zij beloven die boeren meer te betalen dan dat zij bij de coöperatie krijgen. En dat kunnen ze ook. Bij een coöperatie is het toch gelijke monniken met gelijke kappen behandelen. Maar je hebt als boer wel meer zekerheid.’’ 

”Mensen worden liever geregeerd door idioten dan door wetenschappers die op hen neerkijken”

Het is die saamhorigheid , het samen voor ons eigen-gevoel dat van coöperaties op allerlei gebieden zo’n succes maakt. Van Dijk: ‘’Ik ben laatst door een uitspraak aan het denken gezet: Er werd aan een Engelse boer gevraagd waarom er massaal op Boris Johnson is gestemd terwijl bekend is dat die keus desastreus is voor de economie. Hij zei daarop dat mensen liever geregeerd worden door idioten dan door wetenschappers die op hen neerkijken.’’

Hetzelfde speelt bij grote en ook kleine coöperaties Die boer heeft kennis. Betrek hem bij de besluitvorming. Dat zorgt ervoor dat het bestaansrecht van coöperaties tot in de verre toekomst gewaarborgd blijft.

Laat een bericht achter